Betula albosinensis

Familie: Betulaceae
Wetenschappelijke naam: Betula albosinensis
Nederlandse naam / synoniem: Chinese rode berk

Algemeen:

Natuurlijk groeimilieu: Burma, Noordwest-China, Tibet, Centraal-Azië
Standplaats: half-schaduw tot half-zon tot volle zon
Grondsoort: verdraagt alle gronden, (droog) gematigd droog tot vochtig, gematigd zuur tot alkalisch
Habitus: smalle boom met open, wijde pyramidale kroon en licht hangende, dunne takken
Plantgevoeligheid: af en toe gevoelig voor late vorst
Gebruik: parkboom

Blad:

Houdend: nee
Bladvorm: eirond-langwerpig, stevig, voet afgerond, enkelvoudig
Grootte: 4-6 cm
Bladstand: verspreid
Bladschijf: bovenzijde groen, onderzijde glanzend lichtgroen, aanvankelijk behaard
Bladrand: dubbel tot zwak gelobd-gezaagd
Steel: ½ – 1 ½ cm, soms iet rood aangelopen, kaal of licht behaard
Nervatuur: zijnerven 10-14 paar
Herfstkleur: goudgeel

Knoppen:

Grootte / Vorm / Kleur: lang eivormig en spits, groen met bruine randen langs de schubben

Twijg:

Vorm/ Kleur/ Merg/ Hechtwijze: glanzend bruin, later roodbruin, kort behaard, later kaal

Stam:

Vorm/ Kleur: weinig afschilferend, geelachtig bruin tot oranje

Bloem:

Bloeivorm: hangende vruchtkatjes, 8 – 13 cm lang
Bloemkleur: groen-geel
Bloeiperiode: april, vrouwelijke katjes verschijnen met de bladontluiking

Vrucht:

Soort: afstaande tot overhangende vruchtkatjes
Vorm: breed, cylindrisch, 3-lobbige vruchtschubben
Grootte: 3,5 – 4,5 cm lang en 1 cm breed

Bijzonderheden:

H = 6-8 (tot 10) m ; B = 5-6 m
Vroeg in blad, traag groeiend


About this entry