Betula pendula

Familie: Betulaceae
Wetenschappelijke naam: Betula pendula
Nederlandse naam / synoniem: Ruwe berk

Algemeen:

Natuurlijk groeimilieu: Ze komen op het gehele noordelijk halfrond voor: van de poolcirkel tot in Zuid-Europa, in Azië tot in de Himalaya, China en Japan en in Noord- Amerika
Standplaats: zonnig, op latere leeftijd heeft hij veel licht nodig.
Grondsoort: stelt minimale eisen aan de bodem
Habitus: ovale kroon, een 10-20 m hoge en 7-9 meter brede boom met langwerpige, open kroon met overhangende takuiteinden.
Plantgevoeligheid: voor wind, sneeuw en ijzel, te rijke schaduwplaatsen
Groeimilieu: Uitstekend pioniersgewas voor de eerste beplanting van braakliggend land
Gebruik: landschappelijk, park, laan
Opmerkingen: Snelgroeiende de eerste 20 jaar, dan wel wat trager
Leeftijd: niet ouder dan 100j
Teelt: gemakkelijk te kweken
Snoei: tijdens de vegetatieve-rustperiode snoeien om een sterke bloeding van de snoeiwond te voorkomen
Beheer: zonnige standplaatsen, Geschikt als windkeringen en zeer geliefd als park- en laanboom
Verplantbaarheid: Ja
Groeisnelheid: snelgroeiend

Blad:

Houdend: nee
Bladvorm: eirond tot ruitvormig
Grootte: 3,5-5cm lang en 2,5- 4cm breed
Bladstand: verspreid
Top: toegespitst
Bladschijf: kaal, boven groen, onder lichtgroen
Bladrand: dubbel gezaagd
Steel: 1,5-2,5cm lang, dun
Top: toegespitst
Nervatuur: 5 – 6 paar zijnervig, tot in de bladrand uitlopend
Bladvorming: april
Bladval: oktober
Herfstkleur: oranjegeel
Bladvoet: wigvormig, soms recht

Knoppen:

Knoppen: iets gewimperd en kleverige schubben
Stand: verspreid
Grootte: 0,3-0,5mm
Vorm: eivormig, spitsig
Kleur: bruinrood
Eindknop: eivormig, spits
Zijknop: eivormig, spits
Bladmerk: driehoekig

Twijg:

Vorm: meestal overhangend, meestal met wratten, veel lenticellen (ruw)
Kleur: bruinrood later bruingrijs
Stam:
Vorm: afbladerend
Kleur: aanvankelijk wit maar wordt al gauw zwart met scheuren, barsten zwart
Bloem:
Bloeivorm: opstaan vrouwelijke katjes, ongeveer 1cm lang, hangend mannelijke katjes,
3-8cm lang.
Bloemkleur: groenbruin
Huizigheid : 1-huizig
Slachtigheid: 1-slachtig
Bloeiperiode: april, met het blad
Plaats der bloemen: over de gehele tak

Vrucht:

Soort: gevleugeld nootje, in 2 – 4 cm lange, hangende vruchtkatjes
Grootte : 2-4 cm lang
Kleur: groengeel
Vorm: platrond vruchtjes, met zeer brede vleugels
Rijp: augustus/september
Opmerking: zeer veel vruchtkatjes per boom

Wortels:

Het wortelstelsel heeft vlakke hoofd- en zijwortels en vele haarworteltjes in de bovenste grondlaag en is een goede bodemversteviger

Gebruik:

Is bestand tegen vorst, droogte en wind en kan vrij goed tegen rook, heeft veel licht nodig en prefereert daarom een zonnige standplaats. Geschikt als windkeringen en zeer geliefd als park- en laanboom.


About this entry